ALIMENTATIE
Partneralimentatie
In het algemeen geldt een termijn van 12 jaar*, gerekend vanaf het moment waarop de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank in de registers van de burgerlijke stand is ingeschreven. Een uitzondering geldt indien het huwelijk korter dan 5 jaar heeft geduurd en er geen kinderen zijn: de termijn van de alimentatie is dan net zo lang als het huwelijk heeft geduurd.
* Als de scheiding vóór 1 juli 1994 is uitgesproken, is de termijn maximaal 15 jaar.
Bij de bepaling van de hoogte van de alimentatie wordt rekening gehouden met :
1. de behoefte van de 'ontvangende' partner: hoeveel is nodig voor voortzetting van de levensstandaard tijdens het huwelijk;
2. wat is de verdiencapaciteit: heeft de ontvangende partner eigen inkomsten of is er een mogelijkheid om zelf te gaan verdienen;
3. de draagkracht: hoeveel kan de alimentatie maximaal bedragen.
Het is partijen echter toegestaan om van het vorenstaande af te wijken en de hoogte van de alimentatie zelf te bepalen en dit in het echtscheidingsconvenant op te nemen. Als zij het niet met elkaar eens worden -en er dus ook geen convenant tot stand komt-, zal de rechtbank er een beslissing over nemen.
Kinderalimentatie
Ouders, niet alleen de biologische ouders maar ook de stiefouders en adoptieouders, zijn onderhoudsplichtig voor hun kinderen tot zij de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt. Tot het 18e jaar wordt het een bijdrage in hun verzorging en opvoeding genoemd, na het 21e jaar bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie.
Ook een niet-ouder, bijvoorbeeld de vriend(in) van de ouder, kan tot onderhoud verplicht zijn, mits zij gezamenlijk het gezag over het kind uitoefenen.
De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van de draagkracht van de ouders en de financiële behoefte van het kind. Voor het bepalen van de behoefte van het kind kan aansluiting worden gezocht bij de Nibudnormen of de Wet studiefinanciering. Op het moment dat een kind meerderjarig wordt (18 jaar), krijgt het een zelfstandig recht op alimentatie; deze dient dus ook rechtstreeks naar zijn of haar bankrekening te worden overrgemaakt.
De ouders zijn verplicht om naar draagkracht te voorzien in de kosten van de kinderen tot zij 21 jaar zijn. Dat betreft niet alleen de kosten van levensonderhoud zoals van voeding en kleding, maar ook van scholing, een opleiding of dergelijke. Heeft het meerderjarig kind voldoende inkomsten om in het levensonderhoud te voorzien, dan zijn de ouders niet langer tot een bijdrage verplicht. Stopt het kind met werken en gaat het weer studeren, dan kan het zijn dat de ouders opnieuw een bijdrage in het levensonderhoud dienen te betalen, dit tot het moment dat het kind 21 jaar wordt.
Uitzondering: indien het kind ouder dan 21 jaar maar 'behoeftig' is, zijn de ouders ook dan tot financiële steun verplicht -als zij daartoe in staat zijn- om het kind de gelegenheid te geven de studie binnen een redelijke termijn af te ronden.
In het buitenland (EU) te innen alimentatie
De Europese Unie werkt aan het vergemakkelijken van de inning van alimentatie in een ander EU-land. Een beslissing die in één van de lidstaten is genomen, kan dan ook in de andere EU-landen worden uitgevoerd, zij het met uitzondering van Groot-Brittannië. Nu is nog de gang naar de lokale rechter nodig [een ingewikkelde procedure om een 'exequatur' te verkrijgen. Een exequatur is een verlof tot ten uitvoerlegging in het andere land]. Nog niet bekend is wanneer de maatregel ingaat.
Jaarlijkse verhoging (indexering)
De minister van Justitie stelt jaarlijks het percentage vast waarmee de door de rechtbank of door partijen zelf vastgestelde alimentatie gewijzigd wordt; in veruit de meeste gevallen zal dit een verhoging van de alimentatie zijn, zoals uit onderstaand staatje vanaf 1 januari 2000 blijkt. De verhoging geldt van rechtswege; dit houdt in dat de verhoging door de overheid wordt vastgesteld en dat de alimentatieplichtige daar in het algemeen niet van af kan wijken. Alleen indien de rechtbank anders heeft beslist of partijen in de (echt)scheidingsovereenkomst anders zijn overeengekomen, geldt de wettelijke regeling niet. Zo kan de verhoging geheel of voor een bepaalde tijd zijn uitgesloten of er kan zijn bepaald dat de verhoging op een andere manier* zal worden berekend.
*
Het percentage van de verhoging zoals de minister van Justitie dit jaarlijks vaststelt, komt overeen met het procentuele verschil tussen het indexcijfer van de lonen per 30 september van het desbetreffende jaar en het indexcijfer in het voorafgaande jaar.
Wettelijke indexering Per 1 januari | verhoging
|
| 2000 | 2,5 % |
| 2001 | 3,3 % |
| 2002 | 4,6 % |
| 2003 | 3,9 % |
| 2004 | 2,5 % |
| 2005 | 1,1 % |
| 2006 | 0,9 % |
| 2007 | 1,8 % |
| 2008 | 2,2 % |
| 2009 | 3,9 % |
Fiscale aspecten
Alimentatie die aan de ex-partner wordt betaald, is fiscaal aftrekbaar (als persoonsgebonden aftrek). Bij de ontvangende partij wordt de alimentatie-uitkering belast in box I. Alimentatie kan in beginsel op verschillende manieren worden betaald. Meestal zal er sprake zijn van betaling in (maandelijkse) termijnen, maar het is ook mogelijk dat de alimentatie wordt afgekocht door een bedrag ineens. Deze geldsom is dan geheel aftrekbaar, maar wordt bij de ontvanger geheel belast tegen het progressieve tarief van box I. Het is onder voorwaarden ook mogelijk de alimentatie af te kopen door het betalen van een koopsom voor lijfrente. De betalende ex-partner kan de koopsom geheel in aftrek brengen Bij de ontvangende ex- partner vindt er echter geen heffing in één keer plaats -zoals bij de afkoop in contanten-, maar steeds over iedere termijn.